Een bergwandeling in het Oostenrijkse Karinthië bezorgde elke 100 meter een flora en fauna oh en ah. En bood een nieuw inzicht over (stads)natuur…



Een bergwandeling in Karinthië
Een bergwandeling in het Oostenrijkse Karinthië bezorgde ons elke honderd meter een nieuw flora-en-fauna-moment. En onverwacht ook een inzicht over stadsnatuur.
Met het gezin – en daar hoort teckel Fiep natuurlijk ook bij – maakten we een wandeling van anderhalf uur. Onderweg dacht ik de beroemde edelweiss te hebben gevonden. Dat bleek uiteindelijk de gentiaan te zijn. Niet minder mooi overigens.
Ook kwamen we een plant tegen waarvan ik ooit had gelezen dat die tientallen jaren oud kan worden, maar slechts één keer bloeit. Na die ene bloei sterft de plant. De natuur blijft wonderlijk. En soms ook meedogenloos.
Het hoogtepunt voor een WaterLeider waren misschien nog wel de bergbeekjes. Helder water dat door zand, stenen en vegetatie wordt gefilterd. Op sommige plekken kon je letterlijk uit de bron drinken.
En toen kwam het besef.
In onze steden doen we ons uiterste best om biodiversiteit te vergroten, meer groen aan te leggen en verkoeling te creëren. Terecht natuurlijk. Maar misschien vergeten we soms hoe bijzonder bestaande natuurgebieden zijn.
Deze bergen – en miljoenen andere plekken op aarde – hebben alles al in zich. Een enorme rijkdom aan planten, insecten, schimmels en dieren. Vlinders, wilde bijen, beekjes, bloemen en bossen vormen samen een complex web van leven. Juist dat web maakt ruimte voor bijzondere soorten.
Zoals de orchidee die ik onderweg tegenkwam. Zonder bloem, dus voor veel wandelaars waarschijnlijk onopvallend. Maar voor mij was het blad al genoeg.
Soms zit natuurwaarde niet in wat we nog moeten maken, maar in wat we al hebben en zouden moeten koesteren.